Lisanne Renes over de verhalen achter Stichting Rechten van de Natuur
Achter de schermen

Lisanne Renes over de verhalen achter Stichting Rechten van de Natuur

Jasmijn Andringa

Jasmijn Andringa

26 oktober 2026
In onze serie 'Achter de schermen' geven we een inkijkje in het werk, de mensen en de ontwikkelingen achter Stichting Rechten van de Natuur. Deze keer stellen we je voor aan onze vrijwilliger Lisanne Renes.

Voor onze verhalen spreekt Lisanne Renes met mensen die Rechten van de Natuur vanuit heel verschillende werelden benaderen. Van juristen en bestuurders tot filosofen, ecologen en betrokken burgers. Deze keer draaien we de rollen om. Over luisteren, kippenvel en hoe verhalen ons opnieuw kunnen laten kijken naar de levende wereld om ons heen.

Lisanne Renes werkt inmiddels ongeveer anderhalf jaar als vrijwilliger voor Stichting Rechten van de Natuur. Ze interviewt mensen die vanuit hun eigen vakgebied, ervaring of levensvisie laten zien wat Rechten van de Natuur kan betekenen in de keuzes die we maken.

Van rituelen naar Rechten van de Natuur

Lisannes route naar Stichting Rechten van de Natuur begon eigenlijk bij haar studie Humanistiek. Daar verdiepte ze zich in zingeving, levensbeschouwing, filosofie en geschiedenis. Tijdens haar vervolgopleiding Erfgoedstudies raakte ze vooral geïnteresseerd in immaterieel erfgoed: rituelen, gebruiken en manieren waarop mensen betekenis van generatie op generatie doorgeven. “Wat ik daar heel interessant aan vond, is dat het ook veel zegt over onze relatie met de natuur. Denk aan imkeren, schapenhoeden of oude ambachten. Daarin zit altijd een bepaalde manier van omgaan met je omgeving.”

Die relatie tussen mensen en hun omgeving bleef haar bezighouden. Toen Lisanne tijdens een lezing Arita Baaijens hoorde vertellen over haar project Solliciteren bij de Noordzee, was ze verkocht. In samenwerking met Arita ontstond een onderzoek naar rituelen en haar eigen band met de Noordzee, met de vraag hoe rituelen werken en hoe je een ritueel kunt ontwerpen dat de band tussen mens en zee kan versterken. Via Arita kwam Stichting Rechten van de Natuur op haar pad. Toen de stichting iemand zocht om verhalen te schrijven, reageerde ze. Dat is inmiddels ongeveer anderhalf jaar geleden.

Kippenvel hoort bij het werk

Bij de vraag wat Lisanne zo bijzonder vindt aan het interviewen van al die verschillende mensen komt ze steeds terug bij hetzelfde woord: kippenvel.

“Ik word eigenlijk altijd geraakt door deze verhalen. Er is geen interview waarin er niet een moment komt waarop ik denk: oh, wat mooi. Of: wat fijn dat deze mensen doen wat ze doen.”

Misschien krijgt ze gewoon snel kippenvel, voegt ze er lachend aan toe. Toch zit daar voor haar precies de kracht van een persoonlijk verhaal. Je kunt rationeel uitleggen waarom natuur belangrijk is, cijfers laten zien of een juridisch betoog houden. Een verhaal kan voelbaar maken wat die woorden betekenen. Dat merkte ze bijvoorbeeld tijdens haar interview met Jan van de Venis. Hij vertelde dat hij als kind helemaal boven in een boom klom en daar uren kon zitten, tussen de ruisende bladeren en met uitzicht over alles om hem heen. Ook het verhaal van Arita Baaijens over een kameel met hoogtevrees is er eentje die ze niet snel vergeet. “Ik moest daar achteraf nog zo om lachen.”

Zulke kleine verhalen geven een extra dimensie. Ze maken voelbaar dat de levende wereld alles bepalend is. We leven ermee samen, reageren erop en zijn ermee verbonden. En dat gevoel probeert Lisanne in haar verhalen te vangen.

Van een uur praten naar een verhaal

Na het gesprek begint het deel waar Lisanne minstens zoveel plezier aan beleeft als het gesprek zelf. “Je hebt dan de ruwe tekst en gaat kijken: wat zijn echt de mooie momenten die ik eruit wil halen? Je probeert zo dicht mogelijk te blijven bij wat iemand heeft gezegd en er tegelijkertijd iets van te maken dat soepel leest. Dat puzzeltje vind ik het leukst.” Want een uur spreektaal is nog geen verhaal. Mensen maken zinnen niet af, springen terug naar iets wat ze tien minuten geleden vertelden en komen soms via een flinke omweg precies uit bij wat ze eigenlijk wilden zeggen. Lisanne selecteert, schuift en herschrijft, zonder dat de persoon uit de tekst verdwijnt.

“Het is een samenwerking. Ik ben degene die het schrijft, maar ik wil dat iemand denkt: dit klopt. Dit ben ik. Dit heb ik gezegd.”

Waarom verhalen nodig zijn

In haar tijd bij Rechten van de Natuur sprak Lisanne mensen uit heel verschillende werelden. Bestuurders en juristen, maar ook denkers, ecologen en mensen die vanuit erfgoed of persoonlijke ervaring naar onze relatie met natuur kijken. Die breedte is essentieel. “Als je maar één soort mens zou laten zien, kunnen anderen denken: dit is niets voor mij, dit is niet mijn wereld. Terwijl Rechten van de Natuur iedereen aangaat.”

Bij onder andere Matthijs Schouten en Arita Baaijens merkte Lisanne nog iets anders. Het zijn mensen tegen wie ze zelf opkijkt. Dat kan bijna verlammend werken: indrukwekkend wat zij allemaal doen, maar ik zou het nooit kunnen. “Toch vertellen zij juist ook over kleine dingen die iedereen kan doen, ook als je geen filosoof of wereldreiziger bent.”

Daar zit voor Lisanne een belangrijke functie van verhalen. Ze brengen grote ideeën terug naar ervaringen die mensen kunnen herkennen. En herkenning kan iets in beweging zetten: anders kijken, meer aandacht hebben en je opnieuw bewust worden van je eigen relatie met de wereld om je heen. Door al die gesprekken veranderde ook haar eigen begrip van Rechten van de Natuur. “Toen ik begon, vroeg ik me af: hoe zit het dan met die rechten? Hoe gaan we dat voor elkaar krijgen? Nu denk ik dat het juridische gedeelte vooral ook een vorm van respect is. Een manier om die erkenning van ‘ons aardse huis’, zoals Matthijs Schouten dat zou zeggen, daadwerkelijk een plek te geven.”

Wat al die verschillende mensen gemeen hebben

Want hoe verschillend de mensen die Lisanne interviewt ook zijn, in hun verhalen herkent ze inmiddels een duidelijke rode draad.

“Voor al die mensen geldt volgens mij dat zij voelen dat alleen cijfers en data over natuur niet voldoende zijn. We weten best veel. We weten vaak ook wat we zouden moeten doen. En toch doen we het niet.” Weten alleen leidt blijkbaar niet vanzelf tot anders handelen. Daarvoor is volgens Lisanne ook nodig dat we ervaren dat we onderdeel zijn van de levende wereld en ervan afhankelijk zijn. En daar komen voor haar de verhalen, haar eerdere onderzoek én Rechten van de Natuur bij elkaar. Wie zich verbonden voelt met een rivier, landschap, boom of dier, kijkt ook anders naar de vraag welke plek die krijgt in onze keuzes. Dat gevoel hoeft niet groots of ingewikkeld te beginnen. Haar eerdere onderzoek naar rituelen klinkt misschien alsof daar een ceremonie, een draaiboek en minimaal één kaars aan te pas moeten komen. Voor Lisanne gaat het uiteindelijk om iets veel eenvoudigers: met aandacht ergens zijn. Dat kan aan de Noordzee zijn. Het kan ook in je eigen achtertuin.

De natuur vanaf het begin meenemen

Vooral de interviews voor de serie Waarom besluiten mét de natuur? hebben die gedachte voor Lisanne concreter gemaakt. Als we onszelf zien als onderdeel van onze leefomgeving, wordt ook de vraag logischer hoe we die leefomgeving een plek geven in onze besluiten. Door natuur vanaf het begin mee te nemen, verandert de uitgangspositie. Voor Lisanne is dat steeds meer verbonden geraakt met dezelfde vraag waarmee haar stage bij de Noordzee ooit begon: hoe verhouden we ons tot de levende wereld om ons heen?

“Het is hoop wat je mensen wilt geven”

Op de vraag wat ze hoopt dat iemand na het lezen van een interview meeneemt denkt Lisanne even na. Ze hoopt dat een lezer af en toe hetzelfde kippenvelmoment ervaart als zij tijdens het gesprek. Maar ook: “Dat iemand denkt: kijk, dit kan óók bijdragen aan Rechten van de Natuur. En misschien kan ik zelf ook iets kleins doen.” Dat hoeft geen groot gebaar te zijn. Het gevoel van verbinding met je leefomgeving kan volgens haar heel klein beginnen.

“Als je samen met iemand wandelt en je hoort een vogel zingen, kun je die ander daarop wijzen. De woorden die je gebruikt, de dingen waar je aandacht aan geeft en wat je zelf uitdraagt, kunnen al veranderen hoe iemand de volgende keer naar diezelfde plek kijkt.”

“Het is eigenlijk gewoon hoop wat ik iemand - en mezelf - wil geven. Het besef dat er heel veel mensen hiermee bezig zijn. En het gevoel: ik kan daar zelf onderdeel van zijn.”