Vier jaar lang was ik de (tot op het bot) gelukkige eigenaar van een vakantiehuisje tussen heide, bossen en weilanden in Gelderland. Zodra ik erheen reed en de stad achter me liet, voelde ik mezelf al zachter worden. Ik rommelde in mijn kleine moestuintje, maakte lange boswandelingen en onderzocht met mijn zoontje alle beestjes die we vonden. “Vriendjes” noemden we ze. Tot op de dag van vandaag geven we elk dier dat we tegenkomen een naam. Zelfs de spinnen in ons Amsterdamse huis. Dat gevoel dat we onderdeel zijn van hetzelfde ecosysteem zit bij ons volledig in het dagelijks leven verweven.
Terug naar mijn beginstand
Natuurgebieden hebben me altijd getrokken. Hoe ruiger, hoe beter. Geef mij een bamboe hutje in de jungle en ik ben volledig in mijn element. Die plekken brengen me terug naar mijn beginstand: lichter, helderder, eerlijker. Alsof alle ruis uit mijn systeem valt en ik weer voel wat klopt.
Alles hangt met elkaar samen
Dat is ook precies wat mijn werk kleurt. We doen vaak alsof de natuur iets is buiten ons, maar dat is natuurlijk niet zo. We zijn er onderdeel van. Als rivieren vervuild raken of ecosystemen instorten, raakt dat ons uiteindelijk zelf. Alles hangt met elkaar samen. Dat besef is voor mij de kern van Rechten van de Natuur: je kijkt niet langer naar “iets buiten je”, maar naar een geheel waarvan je zelf deel uitmaakt.
De kern van mijn werk bij Stichting Rechten van de Natuur
Bij de stichting werk ik op het snijvlak van strategie en taal. Ik zoek woorden die begrijpelijk zijn én recht doen aan de werkelijkheid. Woorden die ruimte maken voor een nieuwe norm. Want als je eenmaal ziet dat een spinnetje ook gewoon een medebewoner is, dan kun je moeilijk volhouden dat een rivier géén recht heeft om te bestaan.
Voor mij is natuur de plek waar mijn kompas zich opnieuw uitlijnt en de reden waarom ik elke dag aan een wereld werk die ik graag gezond achterlaat voor mijn zoontje.


.jpg)


%20(1)%20(1).avif)


.avif)