
Waarom besluiten mét de natuur? Arita Baaijens over landschappen die grenzen stellen en richting geven

Lisanne Renes
31 maart 2026Arita Baaijens is bioloog, schrijver, kunstenaar en ontdekkingsreiziger. Jarenlang leefde en werkte ze op plekken waar de natuur bepaalt, van woestijn tot toendra tot regenwoud. Haar ervaringen laten zien wat er gebeurt als je leeft met een landschap dat grenzen stelt en richting geeft. En hoe de persoonlijkheden die ze onderweg ontmoette hun besluiten nemen mét de natuur. Wat kunnen wij daar in Nederland van leren?
Niet rekenen maar bidden
Arita: ‘Ik ben altijd een avonturier geweest. Ik hou ervan om op het scherpst van de snede te opereren. Die plekken waar ik mijn best moet doen om mij staande te houden geven me levenskracht. Rebecca Solnit beschrijft dat zo mooi in A Field Guide to Getting Lost: “Het beste wat je kan doen is met opzet verdwalen.” Niets klopt meer en juist dan vind je dingen waar je nooit naar op zoek was. Dat voel ik heel sterk als ik in meer extreme omgevingen ben. Als je in een bootje op de Noordzee zit en het gaat stormen, dan denk je niet “één plus één is twee,” dan ga je bidden. In zulke omstandigheden voel je je vanzelf onderdeel van elementen die groter zijn dan jij.’
Een kameel met hoogtevrees
‘Nadat ik mijn opleiding biologie had afgerond werkte ik bij milieuorganisaties, maar steeds opnieuw voelde ik dat ik niet in hun structuur paste. Ik nam ontslag en ben een andere weg ingeslagen. Jarenlang trok ik met kamelen door de woestijn. Wat ik van hen leerde is dat alle kamelen een eigen persoonlijkheid hebben.
Tijdens mijn opleiding hoorde ik: “alle vissen doen dit, alle vogels doen dat,” maar elke kameel leerde ik kennen als een individu. De één praat graag, de ander is dapper, de ander schuchter. Die heeft een trauma en die hoogtevrees... dat laatste was overigens heel lastig.’
Mentrix
‘De kamelen waren maandenlang de enige levende wezens om mij heen. Het idee dat ik een klein onderdeeltje ben van het grote geheel en dat de woestijn me kan vermorzelen was allesoverheersend. Tegelijkertijd voelde ik me groot, omdat ik dacht: Ondanks alles loop ik hier. De woestijn was mijn mentrix. Toch bracht dat mijn wereldbeeld nog niet echt aan het wankelen.’
Wereld van sjamanen
‘Na jaren in de woestijn te hebben rondgetrokken ging ik naar Siberië. Dat was een noodgreep, want ik liep met mijn ziel onder de arm. Ik voelde me een ontdekkingsreiziger zonder missie en met een groot verlangen naar zingeving. En dus arriveerde ik in Siberië, chagrijnig en depressief. Daar kwam ik terecht in een wereld van sjamanen, van geloof in bezielde natuur, van bergen met natuurgeesten. Ik dacht: Waar ben ik beland?’
Aardig, maar primitief
‘Ik ben iemand die niets van zwevers moet hebben, of van New Age of welk ander gedweep dan ook. Ik kwam Russen tegen die, net als ik, met een sjamaan op pad gingen. Ik kwam kijken hoe dat in zijn werk ging, maar zij gelóófden erin. Gewend als ik was om me alleen op de wetenschap te richten, die betoogt dat iets waar is als het meetbaar en herhaalbaar is, nam ik deze cultuur niet echt serieus. Tot ik dacht: “Het is toch raar dat ik als buitenstaander claim te weten hoe het zit, terwijl ik de ervaringen van deze mensen, die allemaal iets weten en voelen en waarnemen, afdoe als onzin. Kunnen zij niet evengoed gelijk hebben?” Die gedachte was de aanzet tot een diepgaand onderzoek naar bezield landschap.’
Volg de vogels
‘Weer wat jaren later ben ik naar Papoea Nieuw Guinea gegaan. Die reis was opnieuw een duik in een wereld waarvan ik niet had beseft dat die zou bestaan. Het was een heel veeleisende omgeving. Ik werd horendol van het feit dat ik in dat regenwoud, met overal boom, blad en struik, niks kon zien. Na een aantal maanden vroeg ik een jager: “Hoe kan jij hier iets raak schieten? Ik zie niks!” En hij zei: “De vogels vertellen mij waar ik moet zijn.” Door mijn tijd in Siberië dacht ik niet “Wat een onzin,” maar eerder “Wat heb ik gemist?” De jager en ik liepen in dezelfde wereld, maar zaten in een totaal andere werkelijkheid. Dankzij hem leerde ik de taal van vogels en het was alsof de bliksem insloeg. Het regenbos veranderde op slag van een gekmakend doolhof in een concertzaal zo groot als een kathedraal.’
Aspiraties
‘Het boek The Wayfinders van Wade Davis gaf me veel inzichten. In het boek legt Davis, zelf wetenschapper, op een begrijpelijke manier uit dat elke cultuur een ander antwoord heeft gevonden op de uitdagingen van de omgeving, afhankelijk van hun aspiraties. Ik heb in Siberië de vraag gesteld: Hebben zij gelijk, of hebben wij gelijk? Davis zou zeggen: Daar gaat het niet om. Er zijn parallelle werelden, die allemaal valide zijn.’
Verwantschap
De mensen die ik ontmoette in Egypte, Siberië of Papoea Nieuw Guinea zijn geen nobele figuren. De mens is de mens: We hebben schaduwkanten en goede kanten, dat geldt overal. Wel laten deze mensen zien dat er alternatieven zijn. Met andere aspiraties kun je een heel ander wereldbeeld en een andere maatschappij bouwen waarin er veel meer ruimte is voor het leven om je heen. De échte vraag is dus: Welke aspiraties heb je als samenleving? Zie je jouw leefomgeving – een stormachtige Noordzee, de allesoverheersende woestijn, bezielde bergen, het ondoorzichtige regenwoud en je eigen achtertuin - als een verwante, waarmee je in relatie staat?Dan zul je heel andere besluiten nemen dan wanneer je de leefomgeving ziet als niets anders dan grondstof.’
Zoöp
‘Daarom vind ik de zoöperatie als organisatievorm geweldig. Het lijkt zo ongemakkelijk: Je wilt iets aanpassen, maar ja... daar hebben de vogels met hun nest op het dak last van. Als je die gedachte van ‘last’ omdraait dan wordt het net als zorgen voor mensen die aan je zorg zijn toevertrouwd, namelijk: hartverwarmend. Ik hoor van mensen die in een zoöperatie werken dat het in het begin heel lastig is om die besluiten mét de natuur te nemen. Maar ook dat ze trots en blij zijn als die vogels eieren leggen, de eieren uitkomen en de jonkies uitvliegen. Dan heb je het gevoel dat je dat mede mogelijk hebt kunnen maken, dat je ook een beetje vroedvrouw bent.’
Bevers
‘Voor zowel de Aboriginals als de Papoea’s die ik heb leren kennen heeft elke plek een bijbehorend verhaal dat alleen daar verteld mag worden. Als die verhalen niet meer verteld worden, dan verdwijnt de relatie met het landschap. In Nederland veranderen wij het landschap steeds, omdat we ermaar zo weinig van hebben. De ene keer moet het een polder zijn, dan moet het weer wilde natuur worden. Daarmee vervliegen de herinneringen die bij een plek horen. De enige constanten zijn denk ik de rivieren, hoewel we die ook steeds omvormen. Wij zijn netbevers. Hoe wij in relatie met dat landschap bezig zijn, vormt ook ons denken.’ Is of wordt die relatie sterk(er), dan is besluiten mét de natuur een vanzelfsprekende stap. Ook in Nederland kunnen we keuzes maken: Welke aspiraties willen wij laten doorwerken in onze besluiten?
Meer lezen:
Over Arita’s tochten door de woestijn, de boeken: ‘Een regen van eeuwig vuur’,
‘Oase Farafra’, ‘Woestijnnomaden’ en ‘Desert Songs’
Over Siberië: ‘Zoektocht naar het paradijs’
Haar meest recente boek: ‘In gesprek met de Noordzee’
Laatste nieuws
Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op het gebied van Rechten van de Natuur in Nederland en daarbuiten. En ontdek hoe jij kunt meedoen.

